Schouwarts 2018-06-18T16:50:51+00:00

Schouwarts

Een schouwarts moet vaststellen of een persoon is overleden. Deze onderzoekt een overlijdensgeval en stelt vast of iemand inderdaad is overleden. Ook stelt de schouwarts vast of het om een natuurlijke of niet-natuurlijke dood gaat. Dit onderzoeksproces heet lijkschouwing.

Soms is de doodsoorzaak erg duidelijk, maar dit is niet altijd het geval. Als de schouwarts twijfels of er sprake is van een natuurlijke dood, worden er stappen ondernomen om de overlijdensoorzaak te onderzoeken.

Huisarts of specialist

De persoon die de overledene heeft gevonden, moet contact opnemen met de schouwarts. Meestal is dit de behandelend arts. Dit kan bijvoorbeeld de huisarts zijn of een specialist in het ziekenhuis. Als de betreffende arts niet beschikbaar is, kan een waarnemend arts de lijkschouwing uitvoeren.

De lijkschouwing

Voordat een schouwarts met de lijkschouwing kan beginnen, moet deze eerst het overlijden vaststellen. Pas als de arts dit heeft gedaan, is er sprake van een lijk. Vervolgens wordt de lijkschouwing gedaan. Meestal gebeurt dit aan de hand van een aantal stappen:

  • Het onderzoeken van de manier van overlijden: er wordt vastgesteld of iemand een natuurlijke of niet-natuurlijk dood is gestorven.
  • Natuurlijke dood: de schouwarts vult de overlijdensverklaring in. De lijkschouwing kan verder worden uitgevoerd.
  • Lijkschouwing: het onderzoeken van de doodsoorzaak, bijvoorbeeld een hartstilstand of een hersenbloeding.

Lijkschouwing bij een niet-natuurlijke dood

Als de schouwarts twijfelt of er sprake is van een natuurlijke dood dan worden de volgende stappen ondernomen:

  • Het ‘in beslag nemen’ van het stoffelijk overschot: er mag niets veranderd worden aan het lichaam en de omgeving. Zo wordt het risico beperkt dat er sporen worden gewist van een mogelijk misdrijf, een behandelfout of een ongeval.
  • Uitgebreider onderzoek naar de doodsoorzaak: dit onderzoek wordt uitgevoerd door de gemeentelijk lijkschouwer en forensische opsporingsambtenaren van de recherche.
  • Verzamelen bewijsmateriaal: er wordt bewijsmateriaal verzameld en als het nodig is, wordt er een autopsie verricht. Hierbij wordt het stoffelijk overschot van binnen en van buiten onderzocht.
  • Inlichten officier van Justitie: de officier van Justitie wordt ingelicht en er wordt bepaald of er nog meer moet worden onderzocht.

Lijkschouwing bij euthanasie

Euthanasie heeft een niet-natuurlijke dood als gevolg. Hierbij moet de schouwarts worden ingelicht en deze moet een onderzoek doen. De arts onderzoekt vooral of de euthanasie volgens de regels is uitgevoerd. Na de lijkschouwing wordt het lichaam vrijgegeven. Daarna kan de verdere afwikkeling plaatsvinden, zoals het opbaren.

Bij euthanasie wordt de schouwarts al voor het overlijden ingelicht door de huisarts. De schouwarts is dan op de hoogte van de euthanasie en kan snel ter plekke zijn om de lijkschouwing uit te voeren en het lichaam daarna vrij te geven.

Lijkschouwing bij een minderjarige

Als een minderjarige sterft dan moet de schouwarts eerst met de gemeentelijk lijkschouwer bepalen en bevestigen of iemand is overleden en of het om een natuurlijke dood gaat. Pas daarna mag er een verklaring van overlijden worden afgegeven.