A- en B-verklaring 2018-05-07T10:58:07+00:00

A- en B-verklaring

Als iemand is overleden, moet een arts de overleden persoon doodverklaren. Hiervoor wordt de A- en B-verklaring gebruikt. Deze officiële documenten zijn wettelijk vereist voor een doodverklaring. De A-en B-verklaringen zijn nodig om een overleden persoon te mogen begraven of cremeren. Op de A-verklaring staat aangegeven dat een persoon is overleden. Op de B-verklaring staat vermeld wat de doodsoorzaak is.

De A-verklaring

Op de A-verklaring staat aangegeven wie de overleden persoon is en op welke datum deze persoon is overleden. Het overlijdenstijdstip hoeft niet te worden vermeld. Als een schouwarts niet zeker weet of het om een natuurlijke dood ging, moet hij dit op de A-verklaring aangeven en de gemeentelijke schouwarts waarschuwen. Deze arts is door de gemeente aangewezen om een oordeel te vellen bij twijfelgevallen. Bij het overlijden van een minderjarige moet de gemeentelijke schouwarts altijd worden ingeschakeld. Dit is ook zo bij een kindje dat dood is geboren. In beide gevallen mag alleen de gemeentelijke schouwarts de A- en B-verklaring invullen. Als vermoedt wordt dat iemand op een niet natuurlijke wijze is gestorven, moet de gemeentelijke schouwarts de officier van Justitie waarschuwen.

Meestal wordt de A-verklaring direct afgegeven aan de uitvaartondernemer. Deze gaat met de verklaring naar de gemeente om het overlijden aan te geven. Vervolgens geeft de gemeente een verlof af tot begraven of cremeren. Pas als de gemeente dit verlof heeft afgegeven, is het legaal om het lichaam van de overledene te begraven of te cremeren. Dit staat aangegeven in de Wet op de Lijkbezorging.

De B-verklaring

Op de B-verklaring staat meer informatie vermeld over de doodsoorzaak van de overledene. De B-verklaring wordt gebruikt voor de landelijke statistieken. Hiermee kan bijvoorbeeld worden bijgehouden hoeveel personen er in een jaar zijn overleden aan een bepaalde ziekte. Op de B-verklaring staat vermeld of iemand een natuurlijke of niet-natuurlijke dood is gestorven. Bij een niet-natuurlijke dood is iemand gestorven als gevolg van een misdrijf, zelfdoding of een ongeval.

Op de B-verklaring staan het letsel, de ziekte en de omstandigheden beschreven die hebben geleid tot het overlijden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een natuurlijke dood, een niet-natuurlijke dood en doodgeboren.

Duidelijk en eenduidig oordeel over de doodsoorzaak

De schouwarts moet op de B-verklaring een duidelijk en eenduidig oordeel vermelden over de doodsoorzaak. Als dit niet mogelijk is dan moet deze de gemeentelijke schouwarts inschakelen. Wanneer er twijfels bestaan over de doodsoorzaak dan is het soms nodig om sectie te verrichten. Hierbij wordt het lichaam van de overledene onderzocht door een patholoog. Dit moet ook worden aangegeven op de B-verklaring. Als de B-verklaring volledig is ingevuld moet deze worden verstuurd naar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit bureau verwerkt de gegevens anoniem voor de statistieken.